Op een loopfiets zit geen ketting en zitten geen trappers, dus hoeft uw kind maar met één ding tegelijk bezig te zijn. Het zet zich af met de voeten, gaat vanzelf harder en ontdekt op een gegeven moment dat het kan zweven met opgetrokken benen. Precies dat moment is het balanceren, en het komt bij vrijwel elk kind zonder dat u iets hoeft te doen. Kinderen die zo beginnen, slaan de zijwieltjes later meestal helemaal over.
Een loopfiets past als uw kind met beide voetzolen plat op de grond staat terwijl het op het zadel zit, met licht gebogen knieën. Staat het op de tenen, dan durft het niet af te zetten, en zit het met sterk gebogen knieën, dan loopt het zichzelf in de weg. De binnenbeenlengte is dus ook hier de maat die telt. Let daarnaast op het gewicht, want uw kind moet de fiets zelf kunnen optillen en keren.
De overstap komt meestal ergens tussen twee en vier jaar, en het teken is simpel: uw kind zweeft langere stukken en zoekt meer snelheid dan de loopfiets geeft. Dan is een 12 inch fiets de logische volgende stap. Reken erop dat het trappen en het remmen er in een middag bij kunnen, omdat het evenwicht er al zit. Zet het zadel de eerste ritten bewust laag, dan blijft dat vertrouwde gevoel van voeten bij de grond.
Tot en met 31 december profiteert u van 10% voordeel op elektrische fietsen. Uit voorraad, 100% rijklaar geleverd en inclusief Service Cheque.